EU‑uitspraak verruimt ruimte voor directe lijnen, ook in Nederland
Published on 24 September 2026
Een recente EU‑uitspraak (“Elektro bizness”) maakt directe lijnen tot volwaardig alternatief naast het net. Dit biedt nieuwe kansen voor Nederlandse energie‑ en industrieprojecten.
• EU‑Hof laat aftakken, aanhaken en behoud van netaansluiting toe
• Directe lijnen worden keuze‑instrument, geen noodgreep
• Nederlandse definitie van directe lijn is na dit arrest te beperkt
Directe lijnen opnieuw in beeld
Op 17 september 2026 deed het Europese Hof van Justitie een belangrijke uitspraak in de gevoegde Letse zaken C‑722/24 en C‑756/24 (Elektro bizness). Het Hof legt de EU‑definitie van de “directe lijn” duidelijk ruimer uit dan veel nationale wetgeving, waaronder de Nederlandse Energiewet.
Kernpunt is dat niet alleen producenten, maar ieder “elektriciteitsbedrijf” via een directe lijn mag leveren. Het gaat om bevoorrading van een afnemer zonder tussenkomst van het distributienet, ongeacht of partijen al op dat net zijn aangesloten.
Voor Nederlandse projecten rond hernieuwbare opwek, elektrificatie en waterstof opent deze uitspraak nieuwe routes om congestie te vermijden en toch de netaansluiting te behouden.
Twee zaken, twee weigeringen
In de eerste zaak exploiteerde Elektro bizness een warmtekrachtcentrale met een 20 kV‑kabel van 7,6 kilometer. Via deze kabel werd geleverd aan het distributienet én aan zes industriële afnemers. Het bedrijf wilde een extra aftakking van circa 400 meter naar een nieuwe klant. De nationale toezichthouder weigerde, omdat de aftakking niet direct aan de centrale maar aan de bestaande lijn zou komen.
In de tweede zaak wilde een gemeentelijk busbedrijf zijn waterstofinstallatie via een 6,5 kilometer lange lijn verbinden met een biomassacentrale om stroomkosten te verlagen. Het busbedrijf wilde zijn netaansluiting als back‑up houden. Ook hier weigerde de toezichthouder, onder meer omdat het bedrijf niet “geïsoleerd” was en het net de vraag zou kunnen bedienen.
In beide gevallen toetst het Hof of er sprake is van levering via een directe lijn in de zin van de Elektriciteitsrichtlijn.
Wat het EU‑Hof zegt over de directe lijn
Het Hof zet in een aantal overwegingen de spelregels uiteen:
- Een directe lijn is elke lijn die een afnemer rechtstreeks met een producent of elektriciteitsleverancier verbindt, zonder gebruik van het distributiesysteem.
- Het maakt niet uit of de lijn aansluit op de productielocatie zelf of op een bestaande kabel die al andere afnemers bedient.
- Producent én afnemer mogen hun netaansluiting behouden; de directe lijn is geen “eilandoplossing”.
- Een directe lijn is geen uitzondering voor noodsituaties, maar een volwaardig alternatief dat de keuzevrijheid van afnemers vergroot en de ontwikkeling van hernieuwbare opwek ondersteunt.
- De lijn mag verder reiken dan de locatie van de productie‑installatie.
De advocaat‑generaal (AG) Kokott gaat in haar conclusie nog verder door te benadrukken dat het vooral gaat om de functionele verbinding tussen producent en afnemer, zolang het openbare net geen deel uitmaakt van die verbinding. Ook een lijn met meerdere afnemers kan dus een directe lijn zijn.
Vier praktische kansen voor de Nederlandse markt
- Aftakken en aanhaken op een bestaande lijn
Een producentenlijn kan fungeren als ruggengraat waarop later nieuwe afnemers worden aangesloten, ook buiten de productielocatie. Denk aan een wind‑ of zonnepark met een eigen kabel naar een bedrijventerrein: bedrijven langs het tracé kunnen “aanhaken” op een lijn die er al ligt, in plaats van te wachten op extra netcapaciteit.
- Beide partijen houden hun netaansluiting
De huidige Nederlandse Energiewet koppelt directe lijnen sterk aan één netverbinding. In Elektro bizness zijn producent en afnemer allebei op het net aangesloten en tóch is sprake van een directe lijn. Daarmee ontstaat de mogelijkheid dat een windpark zijn netaansluiting behoudt én via een directe lijn levert aan een fabriek die haar aansluiting als back‑up aanhoudt.
De AG leest de richtlijn zelfs zo dat afnemers tegelijkertijd via het net en via een directe lijn kunnen worden beleverd. Het Hof spreekt expliciet over een reserveaansluiting, maar sluit parallel gebruik niet uit.
- Directe lijn als keuze‑instrument, niet als noodgreep
Het Hof verwerpt de gedachte dat directe lijnen alleen zijn toegestaan als het net tekortschiet. Directe lijnen worden juist gezien als middel om de keuzevrijheid van afnemers te vergroten en hernieuwbare opwek te stimuleren. Een afnemer hoeft dus niet eerst te bewijzen dat de netbeheerder zijn vraag niet kan bedienen.
- Directe lijnen voor waterstof en industriële elektrificatie
De tweede Letse zaak draait om een waterstofinstallatie en illustreert de relevantie voor elektrolysers en andere elektrificatie‑projecten. AG Kokott wijst erop dat directe lijnen afnemers in staat stellen uitsluitend groene stroom direct van de bron af te nemen, zonder omweg via het openbare net. Dit sluit aan bij de RFNBO‑regels in Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1184, die voor directe verbindingen met hernieuwbare installaties een aparte route bieden. Na Elektro bizness kan die route worden gecombineerd met een back‑upaansluiting op het net.
Waar de grenzen liggen
De uitspraak is ruim, maar niet onbeperkt. Het Hof en de AG noemen enkele duidelijke randvoorwaarden.
Kosten van de reserveaansluiting
Een afnemer die een netaansluiting als back‑up aanhoudt, kan daarvoor een financiële bijdrage verschuldigd zijn. Die bijdrage moet worden vastgesteld volgens de tariefprocedure van de richtlijn. In Nederland ligt deze vraag bij de ACM: volstaat de huidige systematiek, of is een specifiek “reservetarief” nodig?
Vergunningscriteria van lidstaten
Lidstaten mogen objectieve, niet‑discriminerende criteria hanteren voor directe lijnen, onder meer om de integriteit en levensvatbaarheid van het distributiesysteem te beschermen. De toets is of een directe lijn de netbeheerder onevenredig belemmert bij het waarborgen van lange‑termijncapaciteit en een betrouwbaar, efficiënt systeem. De Nederlandse wet kent nu een lichte meldingsplicht; de uitspraak geeft ruimte om die systematiek aan te scherpen.
Technische scheiding van net en directe lijn
De AG benadrukt dat bij lijnen met meerdere afnemers en een netkoppeling maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat elektriciteit ongecontroleerd vanuit het net via de lijn stroomt. Zodra het openbare net feitelijk deel uitmaakt van de verbinding, is geen sprake meer van directe levering. In de praktijk zal de netbeheerder eisen stellen aan beveiliging, meting en het voorkomen van ongewenste stroomkringen.
Scheidslijn tussen directe lijn en distributienet
Het Hof legitimeert directe lijnen vanuit de keuzevrijheid van afnemers. Als een infrastructuur afnemers juist vastzet bij één leverancier, of feitelijk stroom van meerdere leveranciers transporteert, vervult die infrastructuur een netfunctie. Dan zijn eerdere arresten zoals Citiworks (C-439/06) en ENGIE Deutschland (C‑293/23) van toepassing, met verplichtingen tot derde‑partij‑toegang en vrije leverancierskeuze. Hoe meer afnemers aan één lijn zijn gekoppeld, hoe belangrijker deze toets wordt.
Impact op Nederland: wat nu?
De Nederlandse definitie van directe lijn is na Elektro bizness op meerdere punten te beperkt, onder meer door:
- de koppeling aan een specifieke productie‑installatie;
- de beperking tot één netverbinding;
- de eis dat de lijn de productie‑installatie rechtstreeks met de afnemer verbindt.
Zolang de wetgever deze definitie niet aanpast, ligt een richtlijnconforme uitleg van de Energiewet voor de hand. De praktische route loopt via melding bij de ACM, met een onderbouwing die expliciet naar de uitspraak en de conclusie verwijst.
Voor de markt betekent dit dat projecten die eerder zijn vastgelopen op de eis van één netaansluiting of een directe koppeling met de productielocatie, een herbeoordeling verdienen. Bij nieuwe ontwerpen voor directe lijnen zullen ontwikkelaars vanaf het begin moeten nadenken over:
- een leveringsrelatie die de keuzevrijheid van de afnemer respecteert;
- de rol en kosten van de back‑up via het net;
- balancering en meting;
- technische maatregelen om ongecontroleerde stroom uit het net te voorkomen, in overleg met de netbeheerder.
Directe lijnen worden daarmee geen snelweg naast het net, maar een netwerk van lokale wegen. Met mogelijkheid om af te takken, aan te haken én een vangnet via het openbare net te houden; in ruil voor een passende bijdrage. In een tijd van netcongestie kan juist die combinatie voor Nederlandse energie‑ en industrieprojecten het verschil maken.