Q3 Execution only

Written on 6 Nov 2015

Het afgelopen kwartaal zijn twee uitspraken gepubliceerd op het gebied van execution only.

A. De rol van een broker

De Commissie van Beroep van het Kifid heeft een schadevergoedingsvordering van een klant tegen een broker afgewezen (Commissie van Beroep 15 juni 2015, nr. 2015-020 (X/Today’s Beheer & Brokers)).

De broker was op grond van de overeenkomst verplicht om een rekening voor de klant te openen en informatie te geven over onder andere de transacties die plaatsvonden. Ook kon de klant orders plaatsen door tussenkomst van de broker. Voor de klant was echter duidelijk dat de broker niet de orders uitvoerde op het handelsplatform en dat de klant niet bij de broker moest zijn als er een geschil zou ontstaan met de uitvoerder van de orders. Het verwijt van de klant dat de broker niet voortvarend genoeg is geweest met het verzoek van de klant om een nadere verklaring te geven over zijn verliezen, snijdt dan ook geen hout en heeft voor de klant geen schade opgeleverd.

B. Saldibewakingsplicht

In een zaak die speelde bij het gerechtshof Den Bosch was tussen de bank en de klant overeengekomen dat de klant gebruik mag maken van een krediet tot maximaal 70% van de beurswaarde van de op zijn naam bij de bank gedeponeerde effecten. Het rekening-courantkrediet was onder andere bedoeld voor beleggen in effecten.
In de wet is vastgelegd dat de bank verplicht is om de bestedingsruimte te bewaken (art. 85 Bgfo). Dit is de saldibewakingsplicht. Die verplichting geldt ook bij execution only en beleggingsadvies.

Het gerechtshof Den Bosch overweegt dat de bank aansprakelijk is voor de schade van de klant, omdat de bank haar saldibewakingsplicht heeft verzaakt (het hof laat daarbij overigens in het midden of sprake is van execution only of beleggingsadvies). De bank heeft transacties van de klant toegelaten, hoewel de kredietruimte vanaf het derde kwartaal van 2008 ontoereikend is geweest. De bank had uit hoofde van haar bijzondere zorgplicht de klant moeten informeren over de overschrijding van de kredietlimiet en dat de bank geen transacties meer zou toestaan boven de limiet. Ook had de bank de klant moeten waarschuwen voor het risico dat de klant mogelijk niet in staat zou zijn om het krediet af te lossen. Dat heeft de bank ten onrechte nagelaten (Hof Den Bosch 22 september 2015 (gepubliceerd op 23 september 2015), ECLI:NL:GHSHE:2015:3660 (X/ABN AMRO)).