Q2 Execution only

Written on 1 Aug 2016

De uitspraken in het kader van execution only dienstverlening zien in het afgelopen kwartaal op het verstrekken van informatie en op wijziging van tarieven voor execution only dienstverlening.

In de voorwaarden van de execution only dienstverlener is vermeld dat aan klanten geen koersinformatie wordt verstrekt en dat zij niet aansprakelijk is voor informatie die een klant ontvangt van derden. De klant stelt vervolgens dat hij schade heeft geleden omdat hij is afgegaan op informatie van de execution only dienstverlener, welke informatie achteraf gezien onjuist bleek te zijn. De Geschillencommissie Financiële Dienstverlening overweegt dat de klant niet op de informatie van de execution only dienstverlener had mogen afgaan, maar dat hij ook andere bronnen had moeten raadplegen. Omdat de klant dat niet heeft gedaan, kan zijn schade niet aan de execution only dienstverlener worden toegerekend (Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 7 april 2016, nr. 2016-163 (X/BinckBank)). Als een execution only dienstverlener niet met de klant overeenkomt dat zij niet aansprakelijk is voor foutieve informatie, dan kan de execution only dienstverlener wel gehouden zijn om de schade van een klant te vergoeden (Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 7 april 2016, nr. 2016-159 (X/DeGiro)).

In het afgelopen kwartaal heeft de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening een uitspraak gedaan over de wijziging van tarieven voor execution only dienstverlening. Deze wijzigingsbevoegdheid is vastgelegd in de voorwaarden van de execution only dienstverlener en de execution only dienstverlener maakt gebruikt van deze bevoegdheid. Reden voor de tariefwijziging is dat na de invoering van het provisieverbod de execution only dienstverlener langs een andere weg inkomsten moet genereren. Deze reden vindt genade in de ogen van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening. Een tariefwijziging kan pas niet door de beugel als het beroep op het tariefwijzigingsbeding in de voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarvan is geen sprake omdat de tariefwijziging wordt gerechtvaardigd door de invoering van het provisieverbod (Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 31 maart 2015, nr. 2016-147 (X/Nationale Nederlanden Bank)).