Q2 Execution Only

Written on 9 Jul 2015

In het eerste kwartaal van dit jaar zijn de nodige uitspraken gepubliceerd
over de reikwijdte van de zorgplicht in een execution only-relatie en de
daaruit voortvloeiende verplichtingen (zie nieuwsbrief Q1). In de uitspraken
die het afgelopen kwartaal zijn gepubliceerd, komen echter niet alleen de
verplichtingen van een financiële dienstverlener in een execution only-relatie
aan bod, maar ook de verplichtingen van een klant.

A.    Verplichtingen van een klant

Bij execution-only dienstverlening mag in beginsel
van een klant worden verwacht dat hij zelf beleggingen uitkiest en zelf
informatie verzamelt over de voorgenomen beleggingen (
Geschillencommissie Financiële
Dienstverlening 16 april 2015, nr. 2015-122 (X/ING Bank), r.o. 4.4
). Daarnaast is een klant zelf verantwoordelijk voor zijn
beleggingsbeslissingen (
Geschillencommissie Financiële
Dienstverlening 7 mei 2015, nr. 2015-140 (X/ABN
AMRO
), r.o. 4.2
) en
moet de klant informatie verstrekken aan de financiële dienstverlener, zodat
die laatste kan beoordelen of execution only-dienstverlening passend is voor
die klant (
Rb. Amsterdam 13 mei 2015,
ECLI:NL:RBAMS:2015:3017 (X./BinckBank),
r.o. 4.10
).

B.    Verplichtingen van de financiële
dienstverlener

Een financiële dienstverlener is verplicht om informatie in te winnen
over een klant om te beoordelen of execution only-dienstverlening
passend is voor de klant. Indien execution only-dienstverlening niet passend
is, dan moet de klant daarvoor worden gewaarschuwd. Ook moet de klant worden
gewaarschuwd als de klant geen informatie verstrekt, waardoor niet kan worden
beoordeeld of execution only-dienstverlening passend is (
art. 4:24 Wft). Als
de financiële dienstverlener aan die verplichtingen voldoet, dan zal de financiële
dienstverlener niet snel aansprakelijk zijn op grond van het verwijt van een
klant dat execution only-dienstverlening niet bij hem past (
Rb. Amsterdam 13 mei 2015,
ECLI:NL:RBAMS:2015:3017 (X./BinckBank),
r.o. 4.9