Q1 Vermogensbeheer

Written on 29 Apr 2016

In een uitspraak die is gepubliceerd in het afgelopen kwartaal is een vordering van een klant afgewezen omdat er geen causaal verband bestaat tussen de fout van de vermogensbeheerder en de schade van de klant. Verder zijn bestuurders van een vermogensbeheerder persoonlijk aansprakelijk voor schade van een klant. Ook zijn er uitspraken gepubliceerd over de vaststelling van een risicoprofiel en over de verplichting van een vermogensbeheerder om zijn klant te informeren.

A. Causaal verband

Een jaar geleden schreven we dat een financiële dienstverlener niet aansprakelijk is voor de schade van een klant, als er geen causaal verband bestaat tussen de fout van de financiële dienstverlener en de schade van de klant (Q1 2015 Beleggingsadvies). Een uitspraak van het gerechtshof Amsterdam laat zien dat het belangrijk is om dit verweer te voeren tegen een schadevergoedingsvordering van een klant (Hof Amsterdam 22 december 2015 (gepubliceerd op 11 januari 2016), ECLI:NL:GHAMS:2015:5418 (Schretlen & Co/De Treemter c.s.)).

De contactpersoon van de klant is altijd proactief geweest en betrokken bij de portefeuille van de klant. De klant en zijn contactpersoon hebben veel overleg gevoerd. In april 2008 verlaat de contactpersoon de vermogensbeheerder. De nieuwe contactpersoon van de klant is minder proactief. De optieposities die de klant heeft dalen vervolgens in waarde. De klant spreekt de vermogensbeheerder aan voor de schade die de klant stelt geleden te hebben. In de ogen van de klant had zijn nieuwe contactpersoon hem moeten adviseren om de optieposities te sluiten op 5 mei 2008. De klant stelt dat zijn oude contactpersoon hem dat zou hebben geadviseerd. Het hof overweegt dat niet beslissend is wat de oude contactpersoon van de klant hem zou hebben geadviseerd, maar wat een redelijk handelend en bekwaam vermogensbeheerder hem zou hebben moeten adviseren. De klant heeft niet uitgelegd aan het hof dat een redelijk handelend en bekwaam vermogensbeheerder op 5 mei 2008 de optieposities zou hebben gesloten. Er is daarom geen causaal verband tussen de beweerde fout van de vermogensbeheerder en de schade van de klant.

We merken hierbij op dat het gerechtshof deze zaak ook had kunnen beslechten met het oordeel dat er geen sprake is van een fout van de vermogensbeheerder waardoor de klant schade lijdt, in plaats van dat causaal verband ontbreekt. Immers, het gerechtshof constateert dat de vermogensbeheerder niet op 5 mei 2008 de optieposities had moeten sluiten, waardoor er geen sprake is van een fout die schade kan hebben veroorzaakt.

B. Bestuurdersaansprakelijkheid

De rechtbank Amsterdam heeft geoordeeld dat bestuurders van een vermogensbeheerder persoonlijk aansprakelijk zijn voor de schade van een klant van de vermogensbeheerder (Rb. Amsterdam 24 februari 2016 (gepubliceerd op 2 maart 2016), ECLI:NL:RBAMS:2016:627 (X c.s./Mondiaen c.s.)). De rechtbank Amsterdam had in een uitspraak van vorig jaar in een andere zaak juist geoordeeld dat een bestuurder van een vermogensbeheerder in dat geval niet aansprakelijk was (Rb. Amsterdam 23 september 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:6457 (Stichting NLnet c.s./X). Zie ook (Rb. Amsterdam 25 september 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:6881 (Paula Mare c.s./Attica Vermogensbeheer c.s.)).

De rechtbank Amsterdam heeft vastgesteld dat de bestuurders van de vermogensbeheerder een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Zij hebben voor een klant bemiddeld bij het tot stand komen van een geldlening van de klant aan een andere partij en aan de vermogensbeheerder zelf. Deze lening betaalde de klant uit zijn pensioenportefeuille en met deze lening heeft de vermogensbeheerder kantoorkosten betaald en nieuwe producten ontwikkeld. De rechtbank oordeelt dat de bestuurders hadden moeten weten dat de vermogensbeheerder niet in staat zou zijn om de geldleningen terug te betalen aan de klant. Ook oordeelt de rechtbank dat de investering in nieuwe producten een “flagrante overtreding” is van de regels voor zorgvuldig vermogensbeheer. De slotsom is dat de bestuurders aansprakelijk zijn.

C. Vaststelling risicoprofiel en informatieplicht

Een vermogensbeheerder moet een risicoprofiel vaststellen voor een klant. De informatie waarop het risicoprofiel wordt bepaald moet worden bewaard en de keuze voor het risicoprofiel moet worden gedocumenteerd. Daarmee kan een discussie met een klant worden voorkomen over zijn risicoprofiel, bijvoorbeeld als een klant stelt dat voor hem offensiever is belegd dan hij had gewild. Dit laat een zaak bij de Geschillencommissie van het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening zien (Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 2 maart 2016, nr. 2016-098 (X/Today’s Beheer & Brokers), r.o. 4.4).

Een vermogensbeheerder moet zijn klant informeren en waarschuwen. Een verplichting kan bijvoorbeeld bestaan om de klant te waarschuwen voor de gevolgen van het onttrekken van gelden aan zijn beleggingsrekening. Ook moet de vermogensbeheerder zijn klant informeren over het verloop van zijn beleggingsportefeuille (Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 26 januari 2016, nr. 2016-045 (X/Ostrica c.s.), r.o. 4.13).