Q1 Execution Only

Written on 29 Apr 2016

De uitspraken in het kader van execution only dienstverlening zien op de volgende onderwerpen:

A. Einde dienstverlening

B. Fouten in de systemen van de bank

C. Bestuderen van informatie door de klant

A. Einde dienstverlening

Een bank heeft in een relatie op basis van execution only een grote mate van vrijheid om te beoordelen of de risico’s die kunnen voortvloeien uit de beleggingen van een klant aanvaardbaar zijn. Als de risico’s te groot worden voor een klant, dan kan de bank haar dienstverlening aan de klant staken en de portefeuille van de klant verkopen. De klant moet wel eerst de gelegenheid worden gegeven om zelf tot verkoop over te gaan (Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 14 januari 2016, nr. 2016-031 (X/Rabobank Het Haringvliet)). Ook een beleidswijziging bij de bank kan een valide reden zijn om execution only dienstverlening te stoppen voor een klant (Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 11 maart 2015, nr. 2016-114 (X/ING Bank)). We merken op dat de bevoegdheid van de bank om in een execution only relatie de portefeuille van de klant te verkopen, alleen uit uitzonderingsgevallen bestaat.

Een bank kan besluiten om bepaalde beleggingsfondsen niet meer aan te bieden aan haar klanten die beleggen op basis van execution only. Dit impliceert echter niet dat de bank haar klanten kan verplichten om deze beleggingsfondsen te verkopen. Daarvoor moet een specifieke contractuele afspraak bestaan (Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 21 maart 2016, nr. 2016-125 (X/Delta Lloyd Bank)). Als de bank besluit om bepaalde beleggingen niet meer aan te bieden, dan moet de bank haar klant daar goed over informeren. Indien de bank dat nalaat, dan kan de bank aansprakelijk zijn voor de schade van de klant die daaruit voortvloeit (Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 25 februari 2016, nr. 2016-085 (X/Rabobank IJsseldelta)).

B. Fouten in de systemen van de bank

Een klant die schade lijdt omdat de systemen van de bank niet goed functioneren, kan aanspraak maken op vergoeding van zijn schade. Als een klant bijvoorbeeld geen orders kan opgeven, dan moet de bank de schade vergoeden die de klant lijdt (Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 17 februari 2016, nr. 2016-077 (X/ABN AMRO Bank)). Een klant kan ook aanspraak maken op vergoeding van zijn schade als de systemen van de bank niet voorkomen dat een voormalige gevolmachtigde van de klant nog kan handelen nadat de volmacht is ingetrokken door de klant (Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 23 maart 2016, nr. 2016-130 (X/BinckBank)). Er moet wel een causaal verband zijn tussen de schade van de klant en de fout van de bank (Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 14 januari 2016, nr. 2016-028 (X/Rabobank De Langstraat)).

C. Bestuderen van informatie door de klant

Een klant die belegd op basis van execution only, kan de bank niet tegenwerpen dat hij de werking van de dienstverlening niet goed heeft begrepen als de bank informatie aan de klant heeft verstrekt. De klant is dan verplicht om de verstrekte informatie te bestuderen. Dit overweegt de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening. Opvallend is dat de Geschillencommissie BinckBank wel meegeeft dat het verstandig is om haar klanten aanvullende informatie te verstrekken, omdat de Geschillencommissie heeft vernomen dat meer klanten met vragen zitten (Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 10 maart 2016, nr. 2016-111 (X/BinckBank) en Geschillencommissie Financiële Dienstverlening 10 maart 2016, nr. 2016-112 (X/BinckBank)).