Financial services

De Hoge Raad oordeelt dat de verzekeringsportefeuille niet kan worden verpand

Published on 14th Jan 2020

REI_apartment_construction

Een recente uitspraak van de Hoge Raad in een zaak waarbij ING Bank N.V. en een verzekeringsmakelaar betrokken waren, heeft eens te meer aangetoond dat de regels van het goederenrecht strikt worden toegepast.

Op 6 December 2019 heeft de Hoge Raad bepaald dat een verzekeringsportefeuille als geheel niet kan worden verpand. Volgens de Hoge Raad kwalificeert een verzekeringsportefeuille niet als goed, zoals uiteengezet in artikel 3:1 van het Burgerlijk Wetboek.

Vanuit een economisch oogpunt oogt dit wellicht wat vreemd omdat verzekeringsportefeuilles in het economisch verkeer van grote waarde kunnen zijn en vaak het (specifieke) object van koopovereenkomsten zijn. Vanuit een juridisch perspectief is deze beslissing echter niet verrassend. Deze uitspraak toont opnieuw aan dat de regels van ons goederenrecht zeer strikt worden toegepast.

Feiten

In 2007 heeft ING Bank N.V. een lening van EUR 20.000 verstrekt aan een vennootschap onder firma die een assurantiekantoor exploiteerde (de kredietnemer). Ten behoeve van ING Bank N.V. heeft de kredietnemer een pandrecht gevestigd op al haar activa. De activa van de kredietnemer bestond uit vorderingen, roerende goederen en aandelen, de klantendatabase (evenals gegevensdragers en hun gegevens) en goodwill.

In 2013 werd de kredietnemer failliet verklaard, waarna de curator de verzekeringsportefeuille voor EUR 80.000 heeft verkocht. Met verwijzing naar haar pandrecht verzocht ING de curator de opbrengst over te dragen. Nadat de curator dit weigerde diende ING een vordering in bij de rechtbank. De rechtbank in eerste aanleg heeft de vordering van ING afgewezen. Partijen kwamen vervolgens overeen het gerechtshof in te stellen en de zaak rechtstreeks aan de Hoge Raad voor te leggen.

De kernvragen van dit geschil waren de volgende vragen twee vragen:

(a) Moet een verzekeringsportefeuille worden gekwalificeerd als goed zoals uiteengezet in artikel 3: 1 van het Burgerlijk Wetboek? Het korte antwoord is nee.

(b) Heeft artikel 4:103 lid 4 van de Nederlandse Wet op het Financieel Toezicht (Wft) – met daarin een bepaling dat verzekeraars in principe moeten samenwerken met de overdracht van verzekeringsportefeuilles door verzekeringsmakelaars - alleen betrekking op contractuele rechten en verplichtingen of ook enige goederenrechtelijke betekenis? Het korte antwoord is dat dit alleen ziet op contractuele verhoudingen. Alleen het feit dat de Wft bepalingen bevat betreffende de overdracht van een verzekeringsportefeuille, maakt dergelijke portefeuilles niet tot een (onafhankelijk) vermogensrecht.

Juridische analyse

Er bestaat geen definitie van een verzekeringsportefeuille onder Nederlands recht. De rechtbank oordeelde dat een verzekeringsportefeuille bestaat uit: (i) samenwerkingsovereenkomsten tussen de verzekeraar en de makelaar; (ii) overeenkomsten voor diensten tussen de makelaar en de verzekerde (de cliënt); en (iii) de goodwill die bestaat uit de verwachting dat klanten terugkomen bij de makelaar voor toekomstige diensten en verzekeringen.

Op grond van artikel 3:228 en 3:227 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kan een pandrecht worden gevestigd op een goed, met uitzondering van registergoederen (onroerend goed, schepen en vliegtuigen), indien het goed kan worden overgedragen.

De Nederlandse wet kwalificeert goederen als: (i) alle zaken (voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten) (artikel 3:2 BW); en (ii) alle vermogensrechten (rechten die, hetzij afzonderlijk hetzij tezamen met een ander recht, overdraagbaar zijn, of er toe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, ofwel verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel, zijn vermogensrechten.) (artikel 3:6 BW).

De Hoge Raad oordeelde dat goederen alleen individuele zaken of vermogensrechten kunnen zijn. Dit betekent dat een bundel of een combinatie van rechten, zoals een verzekeringsportefeuille, zelf niet als een eigendomsrecht kan worden beschouwd, ondanks het feit dat een verzekeringsportefeuille in het economisch verkeer als één pakket wordt beschouwd. Het feit dat (i) het waarde heeft, (ii) het onderwerp kan zijn van een koopovereenkomst of (iii) dat het (gedeeltelijk) uit eigendomsrechten bestaat, is volgens de Hoge Raad niet relevant. Omdat het geen goed is volgt uit ons goederenrecht dat een verzekeringsportefeuille als geheel ook niet kan worden verpand of overgedragen.

Het feit dat de Wft enkele bepalingen bevat met betrekking tot de overdraagbaarheid van een verzekeringsportefeuille, maakt van een verzekeringsportefeuille evenmin een goed. Volgens de Hoge Raad was de bedoeling van de Wft niet om een verzekeringsportefeuille als een goed te kwalificeren, maar slechts om regelingen op te nemen voor het overdragen van de positie van de assurantietussenpersoon in het samenstel van de overeenkomsten, rechten en goodwill waaruit een assurantieportefeuille economisch gezien bestaat.

Conclusie

Naar onze mening is deze uitkomst niet verrassend. Het Nederlandse goederenrecht is gebaseerd op regels die strikt worden toegepast om de rechtszekerheid te vergroten. Dit creëert een stevige juridische structuur, maar het nadeel is dat het niet altijd mogelijk is om alle aspecten van de economische realiteit binnen dat kader plaatsen. Het is daarom altijd nuttig om een juridische analyse te maken, wanneer zaken en/of vermogensrechten moeten worden overgedragen of wanneer zekerheid moet worden gevestigd, zodat duidelijk is of dergelijke handelingen het gewenste effect (kunnen) hebben onder het Nederlandse goederenrecht.

Share
Interested in hearing more from Osborne Clarke?

* This article is current as of the date of its publication and does not necessarily reflect the present state of the law or relevant regulation.

Connect with one of our experts

Interested in hearing more from Osborne Clarke?