De verplichtingen van de ESG-informatieverordening (verordening 2019/2088)

Written on 7 May 2020

Op 10 maart 2021 treedt de verordening betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector in werking (verordening 2019/2088) (de ESG-informatieverordening). De ESG-informatieverordening bevat transparantieverplichtingen met betrekking tot de drie ESG-factoren: ecologisch, sociaal, en governance.

De verplichtingen uit de ESG-informatieverordening kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: transparantie van ongunstige effecten op de duurzaamheid, transparantie van duurzaamheidsrisico's en verplichtingen ten aanzien van duurzame producten. Deze verplichtingen bespreken we hieronder, maar eerst gaan we in op wie de ESG-informatieverordening is gericht.

Op wie is de ESG-informatieverordening gericht?

De ESG-informatieverordening is gericht op financiëlemarktdeelnemers en financieel adviseurs. Voor deze beide begrippen kent de ESG-informatieverordening een eigen definitie.

Onder financiëlemarktdeelnemers verstaat de ESG-informatieverordening onder meer de volgende partijen:

  • Beleggingsondernemingen die de dienst vermogensbeheer verlenen;
  • Kredietinstellingen die de dienst vermogensbeheer verlenen;
  • Verzekeraars die een verzekeringsgerelateerd beleggingsproduct (IBIP) beschikbaar stellen;
  • Beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen (AIFs);
  • Beheerders van instellingen voor collectieve belegging in effecten (UCITS); en
  • Beheerders van EuVECA durfkapitaalfondsen en EuSEF sociaalondernemerschapfondsen.

Financieel adviseurs zijn volgens de ESG-informatieverordening, kort gezegd, personen of entiteiten die adviseren over beleggingen of over IBIPs.

Transparantie van ongunstige effecten op de duurzaamheid

In de ESG-informatieverordening zijn transparantieverplichtingen neergelegd met betrekking tot 'ongunstige effecten op de duurzaamheid'. Ongunstige effecten op de duurzaamheid zijn ongunstige effecten op ecologische, sociale en werkgelegenheidszaken, eerbiediging van de mensenrechten, en bestrijding van corruptie en omkoping.

Volgens de ESG-informatieverordening moeten financiëlemarktdeelnemers op zowel entiteits- als op productniveau transparant zijn over ongunstige effecten op de duurzaamheid.

Op entiteitsniveau geldt dat financiëlemarktdeelnemers een duurzaamheidsverklaring op hun website moeten publiceren, waarin wordt aangegeven of zij de ongunstige effecten van hun beleggingsbeslissingen wel of niet in aanmerking nemen.

  • Indien financiëlemarktdeelnemers de belangrijkste ongunstige effecten van beleggingsbeslissingen wel in aanmerking nemen, dienen zij in de duurzaamheidsverklaring een verklaring op te nemen over hun due-diligencebeleid ten aanzien van ongunstige effecten op de duurzaamheid. Daarbij mogen financiëlemarktdeelnemers rekening houden met de omvang van hun activiteiten en hun financiële producten. Financiëlemarktdeelnemers met meer dan 500 werknemers zijn verplicht om een due-diligencebeleid in hun duurzaamheidsverklaring op te nemen.
  • Indien financiëlemarktdeelnemers ongunstige effecten op de duurzaamheid op entiteitsniveau niet meenemen in hun beleggingsbeslissingen moeten zij in de duurzaamheidsverklaring aangeven waarom zij daarvoor kiezen.

Volgens de ESG-informatieverordeningen moeten financiëlemarktdeelnemers ook op productniveau transparant zijn over de ongunstige effecten op de duurzaamheid. De ESG-informatieverordeningen kent een eigen definitie van financieel product, welk onder andere AIFs, UCITS, beheerde vermogens en IBIPs omvat. Concreet betekent dit dat financiëlemarktdeelnemers, uiterlijk op 30 december 2022, per financieel product in de zin van de ESG-informatieverordening moeten toelichten of daarbij de belangrijkste effecten op de duurzaamheid in aanmerking worden genomen.

Transparantie van duurzaamheidsrisico's

Duurzaamheidsrisico's zijn de risico's van externe duurzame gebeurtenissen of omstandigheden op beleggingen. Duurzaamheidsrisico's zien aldus, anders dan ongunstige effecten op de duurzaamheid, in zekere zin zien op interne risico's van financiëlemarktdeelnemers en financiële producten.

Specifieke voorbeelden van duurzaamheidsrisico's worden in de ESG-informatieverordening (nog) niet gegeven, waardoor de term duurzaamheidsrisico enigszins abstract blijft. Wij hopen daarom dat European Securities and Markets Authority (ESMA), European Banking Authority (EBA) en European Insurance and Occupational Pensions Authority (EIOPA) nog met een nadere invulling van de term duurzaamheidsrisico's komen.

Volgens de ESG-informatieverordening moeten financiëlemarktdeelnemers, in pre-contractuele-informatieverschaffing en op hun website, onder andere informatie publiceren over de wijze waarop zij duurzaamheidsrisico's hebben geïmplementeerd in hun beleggingsbeslissingsprocedures. De ESG-informatieverordening schrijft niet voor hoe financiëlemarktdeelnemers duurzaamheidsrisico's in hun beleggingsbeslissingsprocedures moeten implementeren. Bij de implementatie van duurzaamheidsrisico's in beleggingsbeslissingsprocedures kan onder andere worden gedacht aan het verwerken van duurzaamheidsfactoren in een beleggingsbeleid (implementatie in de eerste lijn) en/of door interne duurzaamheidslimieten te stellen en te bewaken (implementatie in de tweede lijn). Ook in andere procedures waarbij beleggingsbeslissingen worden gemaakt kunnen duurzaamheidsrisico's worden geïmplementeerd, zoals bijvoorbeeld in een intakeprocedure van een cliënt waaraan de dienst vermogensbeheer wordt verleend.

Verder schrijft de ESG-informatieverordening voor dat financiëlemarktdeelnemers en financieel adviseurs in hun beloningsbeleid informatie moeten opnemen hoe dat beleid spoort met de integratie van duurzaamheidsrisico's.

Duurzame producten

De ESG-informatieverordening bevat tevens verplichtingen ten aanzien van twee soorten duurzame producten:

  • financiële producten die ecologische of sociale kenmerken promoten, op voorwaarde dat de ondernemingen waarin wordt belegd praktijken op het gebied van goed bestuur volgen (ook wel: financiële producten die ecologische of sociale kenmerken promoten); en
  • financiële producten waarmee een positief effect op milieu en maatschappij wordt beoogd (kortweg: duurzame beleggingen).

Financiëlemarktdeelnemers moeten ten aanzien van financiële producten die ecologische of sociale kenmerken promoten, aan (potentiële) beleggers pre-contractuele informatie verschaffen over hoe deze financiële producten ecologische of sociale kenmerken promoten en welke (eventuele) referentiebenchmark ter staving is aangewezen.

Over duurzame beleggingen met een referentiebenchmark moeten financiëlemarktdeelnemers in hun pre-contractuele informatie gemotiveerd aan (potentiële) beleggers uitleggen welke duurzame benchmark zij gebruiken voor het meten van de duurzame prestaties en, als er geen benchmark wordt gebruikt, uitleggen hoe de duurzame doelstelling wordt gehaald. De wijze waarop deze informatie moet worden verstrekt wordt nog uitgewerkt door de ESMA, EBA en EIOPA.

Financiëlemarktdeelnemers moeten voorts zowel over financiële producten die ecologische of sociale kenmerken promoten als over duurzame beleggingen per financieel product bepaalde informatie op hun website en in periodieke verslagen publiceren (zie nader art. 10 en 11 van de ESG-informatieverordening).

Wat nu?

Momenteel ligt de bal bij ESMA, EBA en EIOPA (in de ESG-informatieverordening gezamenlijk de ETA's genoemd) om met nadere regelgeving te komen. De ETA's hebben hiervoor tot 30 december 2020.

Na 30 december 2020 zijn financiëlemarktdeelnemers en financieel adviseurs aan de beurt om de ESG-informatieverordening en de nadere regelgeving van de ETA's te implementeren. Wij raden financiëlemarktdeelnemers en financieel adviseurs aan om daar niet mee te treuzelen, want de ESG-informatieverordening treedt op 10 maart 2021 in werking.