Q4 Opzegging kredietovereenkomst

Written on 12 Feb 2016

De jurisprudentie in het vierde kwartaal van 2015 vertoont – op een uitzondering na van de rechtbank Den Haag (welke rechtbank anders…?) – geen verrassingen of onjuistheden ten aanzien van de norm uit het arrest ING/De Keijzer (HR 10 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2929) waaraan de opzegging van kredieten wordt getoetst.

In de volgende uitspraken is de juiste norm voor de toetsing van een kredietopzegging toegepast:
Hof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7494 (Rabobank/X c.s.)
Hof Arnhem-Leeuwarden 13 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:8354 (Staalbankiers/X)
Hof ’s-Hertogenbosch 27 oktober 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:4341 (SNS/X)
Rb. Overijssel 12 november 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:5022 (Rabobank/X)
Rb. Midden-Nederland 18 november 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:7980 (ABN AMRO/X)

In alle gevallen was de opzegging van de kredietfaciliteit niet naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

De (negatieve) verrassing en uitzondering van het laatste kwartaal van 2015 is de rechtbank Den Haag (Rb. Den Haag 14 oktober 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:11842 (Rabobank/Advistaal)). Naast ING/De Keijzer heeft de rechtbank Den Haag toch ook weer getoetst aan een (niet-bestaande) bijzondere zorgplicht en de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Sterker nog, de rechtbank oordeelt dat het gebruik van de tussen de Rabobank en Advistaal overeengekomen opzeggingsbevoegdheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid en onder de gegeven omstandigheden onaanvaardbaar was en niet voldeed aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Gelet op de op de bank rustende zorgplicht had de Rabobank haar belangen op een andere, voor Advistaal minder bezwarende, wijze kunnen en moeten dienen. De kredietopzegging per direct was een buitenproportionele maatregel. Het hoeft geen uitvoerig betoog dat deze uitspraak verre van de schoonheidsprijs verdient, waarin alle uit het verleden wel eens gehanteerde leerstukken in de blender zijn gegooid door de rechtbank. Ons advies: probeer waar mogelijk de rechtbank Den Haag te mijden.

Gelukkig heeft het hof Arnhem-Leeuwarden wel klare en juiste wijn geschonken (Hof Arnhem-Leeuwarden 6 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7494 (X c.s./Rabobank)):

“Van een bijzondere zorgplicht van de bank, zoals die bijvoorbeeld geldt in beleggingsbeheer- of beleggingsadviesrelaties, is in het kader van deze zakelijke relatie geen sprake.”

Het beroep van enkele Vastgoed B.V.’s op artikel 4:23 Wft (know your customer) en de VFN gedragscode is met een enkele pennestreek van tafel geveegd door het Hof ’s-Hertogenbosch (Hof ’s-Hertogenbosch 15 december 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:5258), nu deze regel en gedragscode louter op consumenten zien.

Overigens heeft SNS de financiële instellingen geen dienst bewezen. Door het hof ’s-Hertogenbosch is de overeengekomen boeterente ad 1% per maand als buitensporig gekwalificeerd, mede vanwege het feit dat SNS geen inzicht heeft gegeven in haar werkelijke schade (Hof ’s-Hertogenbosch 27 oktober 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:4341 (X/SNS)). De boeterente is beperkt tot de wettelijke handelsrente.